Onder Historie op Bureau (/agency/<jouw-bureau>/activity) lees je wat er is gebeurd: wie iets deed, wanneer en bij welke klantwerkruimte, als een zin. Het scherm is voor wie bureauleden mag zien (de eigenaar en de beheerders).
Zo lees je het
- Elke gebeurtenis is een zin met namen, onder de dag waarop het gebeurde. "Marloes Brandt heeft klantwerkruimte Ploeter aangemaakt." Een naam die niet meer bestaat staat er als "een verwijderde klantwerkruimte" of "een verwijderd account", nooit als nummer. De ploeg en het systeem staan er met hun naam. Een geheim staat er nooit, alleen de naam van een sleutel.
- Elke soort heeft een eigen icoon en tint: Toegang, Klantwerkruimtes, Geld, Koppelingen, Merk, Berichten en Beveiliging. Kleur is nooit het enige teken.
- Een naam van een klantwerkruimte is een link naar die klantwerkruimte, als je er toegang toe hebt.
- Klik op een regel voor een lade met de details. Heeft het platform met breekglas meegekeken, dan staat dat er opvallend in, en de klant ziet het ook.
Filteren en zoeken
Met de chips kies je een soort (met het aantal erbij), met de keuzelijst de periode: de laatste 7 of 30 dagen, of alles. In het zoekveld zoek je in de zinnen en in de actiecodes. Toon eerdere gebeurtenissen laadt het volgende stuk; het spoor schuift niet onder je weg als er iets bijkomt. De zinnen volgen de interfacetaal. Bij Exporteren kies je Nederlands of Engels voor de download; de filters van het scherm blijven behouden.
Eenvoudig en Expert
Eenvoudig toont de zin. Expert voegt de actiecode, de nummers en de ruwe gegevens toe, ook in de lade, met een knop om ze als JSON te kopiëren. Een IP-adres staat er alleen verkort.
Wat de Historie niet is
Het spoor zelf (de database) blijft de bron en verandert niet: de zinnen worden bij het tonen gemaakt. Een handeling waar nog geen eigen zin voor is, staat er als "Er is iets bijgewerkt", met de actiecode in Expert.
Exporteren
Met Exporteren krijg je de historie als csv (puntkomma als scheiding, met accenten die in Excel goed staan): wanneer, soort, de zin, wie, de klantwerkruimte en de actiecode, met dezelfde filters als het scherm. De ruwe gegevens en IP-adressen staan er niet in, en hoogstens 10.000 regels. Een export is het verlaten van de administratie en staat zelf in de historie.
Platformbeheer ziet dezelfde Historie over alle bureaus op /admin/spoor, met het bureau erbij. Dezelfde regels met zinnen staan ook bij een klantwerkruimte zelf, onder Historie, tab Wie deed wat, voor wie het spoor van die werkruimte mag lezen.
Een breekglasmail aan andere platformbeheerders noemt wie meekijkt, welke werkruimte of welk bureau, wanneer en waarom. De bevestigde uitvoerder ontvangt geen mail over de eigen handeling; die blijft wel zichtbaar in de bel en het auditspoor.
Kan het breekglasdetail niet worden bevestigd, dan krijgen alle actieve platformbeheerders de melding met de tekst "Breekglasdetail niet te bevestigen". Dat geldt ook als het auditdetail niet kan worden opgehaald. Alleen een bevestigde uitvoerder wordt van de ontvangers uitgesloten; vrije alarmtekst geldt nooit als bevestigd detail.
Recente gebeurtenissen van Planning, Google, WhatsApp, installatiehulp en de assistent hebben een eigen leesbare zin. Onbekende en gedeeltelijke uitkomsten blijven zo benoemd; vrije logdetails verschijnen niet in deze zinnen.