Naar de inhoud

Goed prompten

Hoe je de regisseur en de studio's iets vraagt zodat je in één keer krijgt wat je bedoelt.

DocumentatieGoed prompten

Hoe je de regisseur en de studio's iets vraagt zodat je in één keer krijgt wat je bedoelt. Geen trucs: wat een collega nodig heeft om het goed te doen, heeft de ploeg ook nodig.

De regisseur

De standaard voor de regisseur en schrijfwerk is Sonnet 5.5. Bestaande keuzes voor Sonnet 5 gaan mee naar Sonnet 5.5; een eigen keuze voor een ander model blijft staan. Eerder verbruik houdt zijn oorspronkelijke model en kosten.

  • Zeg wat er moet gebeuren, niet hoe. "Pak het ticket van gisteren op" werkt; hij zoekt zelf uit welk ticket dat is en in welke repository het hoort.
  • Noem het doel en de grens. "Maak drie advertenties voor de winterjas, voor Instagram, en houd het onder de tien euro" geeft hem een richting en een plafond.
  • Hang er context aan. Met het plusje koppel je een repository, een epic of een story aan het gesprek. Dan hoef je het niet bij elke vraag opnieuw te vertellen.
  • Een schermafbeelding zegt meer dan een beschrijving van een fout die je wel ziet maar niet kunt uitleggen. Plak hem in het gesprek.
  • Wat naar buiten gaat, wacht op een handtekening. Vraag gerust om iets te publiceren of te versturen: het komt klaar te staan onder Goedkeuren, en gebeurt pas als iemand met tekenrecht heeft getekend.
  • Kort is goedkoop. Kies bij een eenvoudige vraag een lichte zwaarte; bij een ingewikkelde opdracht mag hij grondiger nadenken, en dat kost meer.

Een beeld of een video

  • Beschrijf wat er te zien is, in volgorde van belang: onderwerp, wat het doet, de omgeving, het licht, de compositie.
  • Noem referenties in de prompt. Een referentiebeeld dat je meegeeft maar niet noemt, wordt vaak genegeerd. Zeg "het product uit referentie 1, gedragen zoals op referentie 2".
  • Eén ding per keer. Een prompt die vijf wijzigingen tegelijk vraagt, levert er meestal drie.
  • Camerabeweging is tekst bij video: "langzame push-in", "statisch shot", "handheld volgt de persoon".
  • Laat de huisstijl het merkprofiel doen. Kleuren, letters en logo komen uit het merkprofiel; die hoef je niet in elke prompt te herhalen.

Wat niet werkt

  • Vragen om "iets moois". Zeg voor wie, waarvoor en waar het komt te staan.
  • Een wachtwoord of sleutel in een gesprek zetten. Sleutels horen onder Koppelingen, waar ze versleuteld worden opgeslagen.
  • Verwachten dat de ploeg iets onthoudt wat in een ander gesprek stond. Wat blijvend is, zet je in een skill.